Wat is de Pasar Malam? Een gids voor ouders die er met kinderen heen gaan

Waar de avondmarkt vandaan komt, wat je er eet, en waarom kinderen er dol op zijn

Je ruikt hem voor je hem ziet. Gebakken uien, saté boven de kolen, zoete stoom van de spekkoek, ergens de scherpe lucht van tijgerbalsem uit de massagehoek. Daaronder muziek, harde gesprekken, kramen in kleuren die je op een gewone markt niet tegenkomt.

Dat is een Pasar Malam. Letterlijk betekent het avondmarkt, van het Indonesische pasar (markt) en malam (avond). In Nederland is het uitgegroeid tot iets groters dan dat: een plek waar eten, muziek, dans, spullen en generaties samenkomen.

Waar komt de Pasar Malam in Nederland vandaan?

De Nederlandse Pasar Malam heeft alles te maken met de mensen die na 1945 vanuit het voormalige Nederlands-Indië naar Nederland kwamen. Zij namen een cultuur mee die hier nauwelijks bestond, en vonden elkaar op plekken waar die cultuur even weer helemaal aanwezig was: het eten, de muziek, de taal, de verhalen.

Uit die bijeenkomsten groeiden de pasar malams zoals we ze nu kennen. Sommige zijn klein en regionaal, andere vullen een hele evenementenhal. Ze zijn allang niet meer alleen voor mensen met Indische, Indonesische of Molukse wortels, en dat is precies de bedoeling.

Wat het bijzonder maakt: voor de ene bezoeker is het een dagje uit, voor de andere is het thuiskomen. Die twee dingen gebeuren tegelijk op dezelfde plek.

Waarom het leuk is met kinderen

Een Pasar Malam is een van de weinige uitjes waarbij kinderen niet stil hoeven te zijn en volwassenen zich niet hoeven te vervelen.

Alles is zintuiglijk. Kinderen die zich in een museum na twintig minuten vervelen, kunnen hier uren rondlopen. Er valt overal iets te ruiken, te proeven en aan te wijzen.

Er is eten dat je nergens anders zomaar tegenkomt. Voor veel kinderen is dit de eerste keer dat ze spekkoek zien, of tjendol proeven, of durven ruiken aan een doerian.

Er is muziek en dans om naar te kijken. Vaak live, vaak met een podium waar de hele dag door iets gebeurt.

Het is druk, maar op een vrolijke manier. Wel iets om rekening mee te houden: voor kinderen die snel overprikkeld raken kan het veel zijn. Ga dan vroeg, als het net open is.

Wat je moet proeven

Spekkoek. De beroemde laagjescake, die laag voor laag gebakken wordt. Een goede spekkoek heeft er tientallen. Leuke opdracht voor kinderen: tel ze.

Saté. Meestal de veiligste eerste kennismaking voor kinderen die nog niet zo avontuurlijk eten.

Tjendol. Een zoet, koud drankje met groene draadjes van rijstmeel, kokosmelk en palmsuiker. De kleur alleen al is een aanrader.

Kroepoek en lumpia. Bekend terrein, en handig als tussendoortje tijdens het lopen.

Doerian. De vrucht met de beruchte geur. Je hoeft hem niet te eten, maar er even aan ruiken is voor kinderen vaak het hoogtepunt van de dag.

Wat je er nog meer vindt

Naast eten zijn er kramen met kleding, batik, sieraden, cd's en dvd's, huishoudelijke spullen en van alles waarvan je niet wist dat je het zocht. Er is bijna altijd een massagehoek, herkenbaar aan de geur van tijgerbalsem. En er zijn optredens: muziek, dans, soms demonstraties van vechtkunst.

Voor kinderen werkt het goed om er een zoekopdracht van te maken. Zoek iets groens dat je kunt drinken. Zoek een instrument dat je niet kent. Zoek de langste rij en vraag waar die voor is.

Praktisch

  • Neem contant geld mee. Lang niet elke kraam pint, en de rij bij de geldautomaat is het einde van je middag.
  • Kom hongerig. Dit is geen markt waar je even een hapje doet.
  • Ga vroeg met kleine kinderen. Later op de avond wordt het druk en luid.
  • Deel gerechten. Zo proeft je kind vijf dingen in plaats van één, en dat is precies de bedoeling.

Een boek dat de Pasar Malam mee naar huis neemt

In het prentenboek Paniek op de Pasar raken Dewi en Max hun oma kwijt op de Pasar Malam. Terwijl ze haar zoeken, komt de hele markt voorbij: de kramen, de geuren, het eten, de muziek.

Er zit een interactief element in dat kinderen dol maakt: wie goed kijkt, ziet oma eigenlijk de hele tijd al. Voorlezen wordt daardoor vanzelf samen zoeken.

Auteur Joëlle Reket schreef het boek na het overlijden van haar oma, die haar laatste spiegel was naar verhalen uit het voormalige Nederlands-Indië. Ze wilde eigenlijk samen met haar een Indisch kookboek maken, gebaseerd op een rood schriftje met recepten. Dat is er nooit van gekomen. Wat er wel kwam, was dit boek, met als doel de cultuur levend te houden en door te geven, ook aan mensen die er helemaal niets mee hebben.

De naam Dewi is geen toeval. Zo had Joëlles moeder eigenlijk moeten heten, een Indonesische naam die godin of schoonheid betekent. Bij de aangifte in de jaren zestig werd de naam geweigerd, en zo werd het Gaby. Met dit boek kreeg Dewi alsnog haar plek.

In het verhaal zitten typisch Indische gebruiken en woorden verwerkt, zoals het tjendol-drankje en de potjo potjo dans. Handig als voorbereiding op een bezoek, en minstens zo leuk als naspel.

Let op: kinderen vinden het soms best spannend dat Dewi en Max hun oma kwijt zijn. Het is daardoor eerder een boek voor overdag dan een rustig verhaal vlak voor het slapengaan.


Uitgeverij Wilde Haren maakt kinderboeken waarin elk kind zichzelf kan herkennen.