Wie is Anansi? De spin die alle verhalen van de wereld bezit

Waar Anansi vandaan komt, waarom hij altijd wint, en hoe je zijn verhalen voorleest

Hij is klein, hij is niet sterk, en hij wint bijna altijd. Anansi is een spin, en in duizenden verhalen verslaat hij dieren die tien keer zo groot zijn als hij. Niet met kracht, maar met een slim plan en een gladde tong.

Voor kinderen is dat een onweerstaanbare combinatie. Voor volwassenen zit er een laag onder die je pas ziet als je weet waar de verhalen vandaan komen.

Waar komt Anansi vandaan?

Anansi hoort oorspronkelijk bij de Akan, een volk in het huidige Ghana. Daar heet hij voluit Kwaku Anansi en zijn de verhalen bekend als Anansesem. Anansi is een spin, maar in de verhalen gedraagt hij zich als mens: hij praat, hij handelt, hij liegt, hij heeft een gezin en hij heeft altijd honger.

Via de trans-Atlantische slavenhandel reisden de verhalen mee naar het Caribisch gebied en naar Suriname. Mensen die alles werd afgenomen, namen hun verhalen mee in hun hoofd. In Suriname leven ze voort als Anansitori, en ze werden traditioneel niet zomaar op elk moment verteld, maar vooral bij bijzondere gelegenheden zoals een dede oso, de rouwbijeenkomst na een overlijden.

Dat is meteen het antwoord op de vraag waarom een spin uit West-Afrika een vertrouwde figuur is voor veel Surinaamse en Antilliaanse gezinnen in Nederland. Anansi is meegereisd.

Het verhaal waarin hij alle verhalen wint

Het bekendste Anansi-verhaal legt uit waarom alle verhalen naar hem genoemd zijn.

In het begin waren er geen verhalen op aarde. Ze waren allemaal in bezit van de hemelgod. Anansi klom naar boven en vroeg of hij ze mocht kopen. De hemelgod lachte hem uit: koningen en rijke mannen hadden het geprobeerd en gefaald. Maar goed, als Anansi vier onmogelijke dingen bij hem kon brengen, dan mocht hij ze hebben. De python die niemand kon vangen. De luipaard met zijn scherpe tanden. Een zwerm hoornaars. En een wezen dat niemand ooit te pakken kreeg.

Anansi ging naar huis, dacht na, en haalde ze alle vier binnen. Niet door te vechten, maar door elk dier iets te laten doen wat het zelf niet doorhad. Hij daagde de python uit om te bewijzen hoe lang hij was, langs een tak. Hij lokte de luipaard in een kuil. De hoornaars joeg hij een kalebas in door ze te laten denken dat het ging regenen.

De hemelgod hield woord. Sindsdien heten alle verhalen naar Anansi.

Waarom dit verhaal blijft plakken: het gaat niet over een held die sterker is dan de rest. Het gaat over iemand die klein is en toch wint, omdat hij goed kijkt en goed nadenkt. Voor kinderen die zich klein voelen in een grote wereld is dat een heel ander soort held dan de gebruikelijke.

Anansi is geen brave held

Belangrijk om te weten voor je gaat voorlezen: Anansi is een trickster. Hij bedriegt, hij is hebberig, en soms komt hij bedrogen uit door zijn eigen slimheid. Hij is geen rolmodel in de traditionele zin, en dat is precies het punt.

Verhalen waarin de hoofdpersoon niet perfect is, geven kinderen ruimte om zelf te oordelen. Bruikbare vragen na het voorlezen:

  • Vond je wat Anansi deed eerlijk?
  • Had hij het ook op een andere manier kunnen oplossen?
  • Wanneer is slim zijn handig, en wanneer wordt het gemeen?

Je hoeft die vragen niet te beantwoorden. Het gesprek zelf is de opbrengst.

Waarom deze verhalen ertoe doen

Anansitori zijn orale verhalen. Ze zijn eeuwenlang doorgegeven zonder ooit opgeschreven te worden, van verteller op verteller, waarbij elke verteller er iets van zichzelf in legde. Daardoor bestaat er niet één juiste versie. Dat voelt voor ons ongemakkelijk, gewend als we zijn aan boeken met een vaste tekst, maar het is de kracht van de vorm.

Auteur Zarissa Windzak, die bij ons Watramama schreef, noemt haar boek onder meer een pleidooi voor het behoud van orale verteltradities. Dat is niet toevallig. Verhalen die alleen in hoofden bestaan, verdwijnen als er niemand meer is die ze vertelt. Ze opnieuw uitgeven en voorlezen is dus geen nostalgie, maar onderhoud.

Voor kinderen betekent het ook iets praktisch: je mag Anansi-verhalen navertellen zoals jij ze mooi vindt. Laat je kind na het voorlezen zelf een nieuw plan voor Anansi bedenken. Dat is precies wat vertellers altijd al deden.

Anansi voorlezen: een paar tips

Doe de stemmen. Deze verhalen zijn geschreven om gesproken te worden. Anansi praat zich uit elke situatie, dus laat hem klinken als iemand die zich eruit praat.

Neem de tijd bij de plannen. Het spannendste moment is niet de afloop, maar het moment waarop Anansi bedenkt hoe hij het gaat doen. Pauzeer daar en vraag: wat zou jij doen?

Vertel kort waar de verhalen vandaan komen. Eén zin is genoeg voor jonge kinderen: deze verhalen komen uit Ghana en zijn meegereisd naar Suriname. Voor oudere kinderen kan je uitleggen hoe ze zijn meegereisd, en waarom dat betekent dat ze zo belangrijk zijn voor de mensen die ze bewaard hebben.

Vraag thuis rond. Veel Surinaamse en Antilliaanse (groot)ouders kennen Anansitori uit hun eigen jeugd. Een kind dat aan oma vraagt of zij Anansi kent, krijgt vaak een versie te horen die in geen enkel boek staat.

Anansi lezen bij ons

Hoe Anansi de verhalen van de wereld bevrijdde brengt het bekendste Anansi-verhaal naar een Nederlandstalig publiek, met dynamische illustraties en in een vorm die kort genoeg is om in één voorleesbeurt te doen. Geschikt om voor te lezen én om samen na te bespreken.

Wil je verder in dezelfde richting? Watramama van Zarissa Windzak speelt zich af in Suriname in de periode vlak na de afschaffing van de slavernij en gaat, net als de Anansi-verhalen, over wat er gebeurt als een gemeenschap zichzelf opnieuw moet uitvinden. Het is een langer verhaal voor oudere lezers, en het maakt zichtbaar waar de verteltraditie die Anansi draagt vandaan komt.


Uitgeverij Wilde Haren maakt kinderboeken waarin elk kind zichzelf kan herkennen.