Je merkt het op het speelplein, bij de crèche of op een verjaardagsfeestje: sommige kleuters zeggen met gemak wat ze willen, terwijl andere kinderen moeilijker hun mond opendoen. Toch is voor jezelf opkomen geen aangeboren gave. Het is een vaardigheid. De basis hiervoor leg je als kind, precies in die drukke kleuterjaren.
Goed nieuws: er zijn hele concrete dingen die jij als ouder of leerkracht kunt doen om kinderen hierin te ondersteunen. En een goed prentenboek helpt daarbij enorm.
Waarom kleuters moeite hebben met voor zichzelf opkomen
Kleuters van 3 tot 6 jaar zijn volop bezig met de wereld om zich heen te begrijpen. Ze willen erbij horen, ze willen het goedkeuren van volwassenen, en ze hebben nog niet genoeg taal om elk gevoel te verwoorden. Dat zorgt er soms voor dat een kind liever zijn eigen gevoel wegstopt dan nee zegt.
Daarbij spelen sociale verwachtingen een rol. Kinderen leren al vroeg, bewust of onbewust, dat beleefd zijn betekent dat je doet wat een volwassene vraagt. Een knuffel geven. Meedoen. Niet protesteren. Maar grenzen leren herkennen en aangeven is net zo belangrijk als 'alsjeblieft' en 'dankjewel' zeggen.
Praktische tips om je kleuter weerbaar te maken
Geef gevoelens een naam. Kleuters begrijpen hun emoties beter als ze er woorden voor hebben. Zeg gerust: "Ik zie dat je je niet prettig voelt. Je mag ook gewoon nee zeggen." Dat geeft toestemming én taal.
Oefen situaties thuis. Doe alsof je op een feestje bent en vraag je kind of het een knuffel wil. Laat zien dat nee zeggen mag én normaal is. Rollenspel klinkt kinderachtig, maar werkt echt.
Reageer zonder oordeel op een nee. Als jouw kind iets weigert, ook iets kleins, reageer dan neutraal of positief. "Oké, dat geeft niet." Zo leert het kind dat zijn stem telt.
Laat je kind keuzes maken. Welke trui aan? Welk boek vanavond? Kleine beslissingen geven een gevoel van controle en zelfvertrouwen.
Praat na. Na een situatie waarin je kind moest opkomen voor zichzelf, of dat juist niet deed, bespreek het kort en zonder preekstoon. Wat voelde goed? Wat was moeilijk?
Hoe prentenboeken hierbij helpen
Een verhaal geeft kinderen de kans om situaties van een veilige afstand te bekijken. Ze herkennen een personage, voelen mee, en leren zonder dat het aanvoelt als een les. Goede prentenboeken openen ook gesprekken over gevoelens, grenzen, en wat je kunt doen als iets niet goed voelt.
De twee prentenboeken van Zarissa Windzak, uitgegeven door Uitgeverij Wilde Haren, zijn allebei geschikt voor kinderen van 3 tot 6 jaar en gaan precies over deze thema's.
Liever niet — grenzen aangeven bij een knuffel of kus
Liever niet vertelt het verhaal van Manoe, die meegaat naar de verjaardag van oma. Alle ooms, tantes en buren willen haar omhelzen en kussen geven. En Manoe denkt steeds: liever niet. Maar hoe zeg je dat dan?
Het boek raakt aan iets wat veel kinderen kennen maar zelden mogen benoemen. Zarissa Windzak schreef het verhaal vanuit eigen ervaring, en dat is te merken. Illustrator Simon Buijs verweft culturele details in de illustraties, zoals een klok in de vorm van Suriname aan de muur en de traditionele koto van oma, die het verhaal warm en echt maken.
Auteur Windzak over het boek: "Met al mijn boeken wil ik dat mijn lezers eraan herinnerd worden dat hun stem ook krachtig is."
Liever niet is perfect om samen te lezen én om daarna te praten: bij welke mensen voelt je kind zich veilig? Wat vindt het kind eigenlijk van al die knuffels? De gesprekken die dit boek op gang brengt, zijn soms verrassend eerlijk.
Het boek verscheen in 2022 en beleefde inmiddels zijn vierde druk, een duidelijk teken dat het aanslaat bij ouders, leerkrachten én kinderen.
Adam Activist — opkomen voor jezelf én je buurt
Waar Liever niet draait om het eigen lichaam en persoonlijke grenzen, gaat Adam Activist een stap verder: opkomen voor iets wat jou en anderen dierbaar is.
Adam is dol op skateboarden. Hij kan grinden, droppen en sliden. Maar dan hoort hij dat het skatepark in zijn buurt gaat sluiten voor een nieuw flatgebouw. Adam zit niet stil en vraagt zich af: hoe zorg ik dat er naar mij geluisterd wordt?
Dit verhaal laat kleuters zien dat je stem ertoe doet, ook als je klein bent. Dat je actie kunt ondernemen. Dat onrecht benoemen al een eerste stap is. Illustrator Iré Oyekan heeft het boek gevuld met vrolijke, inclusieve illustraties die meteen aanspreken.
Voor kinderen die soms het gevoel hebben dat ze er niet toe doen, of dat grote mensen toch wel beslissen, is dit boek een opbeurende spiegel.
Beide boeken sluiten goed aan op wat je in prentenboeken over empathie en samenleven kunt vinden: verhalen die niet moraliseren, maar inleven en herkennen.
Lezen én praten: zo haal je er het meeste uit
Een boek voorlezen is een begin. Het gesprek daarna maakt het verschil. Een paar vragen die goed werken na het lezen van een van deze prentenboeken:
-
"Wat zou jij gedaan hebben als jij Manoe/Adam was?"
-
"Ken jij iemand die soms liever niet wil?"
-
"Wat doe jij als je iets niet leuk vindt maar je het moeilijk vindt om dat te zeggen?"
Kinderen hoeven niet meteen het perfecte antwoord te hebben. Het gaat erom dat ze merken dat die vragen mogen worden gesteld.
Wie op zoek is naar meer boeken die kinderen leren omgaan met wie ze zijn en hoe ze passen in de wereld om hen heen, vindt op de pagina over inclusieve kinderboeken een bredere selectie.
Weerbaarheid groeit niet vanzelf. Maar met de juiste woorden, thuis aan tafel of samen op de bank met een boek, geef je een kleuter precies wat het nodig heeft om zijn eigen stem te ontdekken.